Neem contact op Via chat Via telefoon Via e-mail

Arcadiz Belgium

+32 16 39 26 90

Arcadiz Netherlands

+31 30 889 20 94

Arcadiz Luxembourg

+352 20 88 23 40

DataNews Rondetafelgesprek

woensdag 26 december 2018
DataNews Rondetafelgesprek

"De behoefte aan datacenters neemt alleen maar toe"

Data zijn de nieuwe olie. Applicaties moeten altijd en overal beschikbaar zijn.
Jazeker, daarover is iedereen het eens. Maar hoe ziet de optimale oplossing er achter
de schermen uit? Gaat de voorkeur naar on-premise infrastructuur? Een lokale
datacenterpartner? Kan alles in de cloud? Of haalt het hybride model de bovenhand?
Data News bracht vijf specialisten samen voor een gesprek over beschikbaarheid,
connectiviteit, kosten en compliance.

In het leven zijn maar weinig dingen echt zwart-wit. Dat is in de IT-wereld niet anders. In de praktijk kiest een onderneming maar zelden rigoureus voor enkel on premise of enkel full public cloud. De realiteit is vaak een hybride verhaal. Is dat meteen ook waar we het lokale datacenter moeten positioneren? “Het klopt dat bedrijven hun infrastructuur niet langer compleet in eigen beheer willen houden”, zegt Laurens van Reijen, managing director bij LCL. “Waarom dan niet naar een datacenter trekken, als alternatief voor de servers in de eigen bezemkast? Wij sluiten de weg naar de publieke cloud bovendien niet uit. We tekenden onlangs een proof of concept uit waarbij de klant zijn rekenkracht afneemt via Microsoft Azure, maar de data opslaat in een datacenter van LCL.” Evengoed bouwen lokale systeemintegratoren een private cloud uit voor klanten. Dat biedt meer zicht op wat er met de data gebeurt en waar ze zich fysiek bevinden. Er zijn intussen diverse integratoren die via een lokale datacenterpartner zo’n lokale cloud aanbieden. Digitale transformatie is bij heel wat bedrijven vandaag een belangrijke drijfveer voor groei. “Dat verandert het belang van IT”, zegt Hans Witdouck, CEO bij Eurofiber België. “Er komt veel meer nadruk op een vlotte gebruikerservaring. Dat stuurt dan weer de vraag naar goede connectiviteit en korte responstijden.” De verschuiving in de markt is duidelijk zichtbaar. “Vroeger had een grote Rondetafelgesprek Services Information cloud in aanmerking komt. “Het principe van colocatie – waarbij bedrijven hun eigen machines neerzetten in een extern datacenter – wint daarbij aan maturiteit”, zegt Laurens van Reijen. “Tegelijk breekt ook de cloud nu pas echt door. Alleen vraag ik me af of die cloudspelers het op termijn volhouden.” Feit is dat de leveranciers van publieke clouddiensten sterk op automatisering inzetten. “Dat zal overal alleen maar toenemen”, weet Janjoris van der Lei. “Dat zal het ook makkelijker maken om met een lokaal datacenter te werken en daar op een eenvoudige manier met opdrachten te schuiven.” Bovendien blijven de hardwareprijzen dalen. Dat laat bedrijven toe om meer met hun eigen hardware te schalen, aangezien de kostprijs daarbij niet meer de belangrijkste bepalende factor is. HANS WITDOUCK, CEO BIJ EUROFIBER BELGIË Eurofiber levert connectiviteit met alle datacenters in België en Nederland. Daarnaast beheert het bedrijf ook zes eigen datacenters in Nederland. Rondetafelgesprek datacenters onderneming zoals een bank, een federale overheidsdienst, een industrieel concern of een lokale cloudprovider twee datacenters, met daartussen een redundante low-latency dataverbinding”, zegt Marc Vandeputte, CTO bij Arcadiz. “Dat blijft ook vandaag zo, al krijgen we meer en meer de vraag om in dat verhaal ook een publieke cloud en lokale kantoren op te nemen. Zo ontstaan almaar vaker hybride oplossingen, waar zowel lokale datacenters als de grote publieke clouds deel van uitmaken.” Wanneer de grenzen tussen de diverse modellen vervagen, vragen we ons af welk type klanten vandaag bij het lokale datacenter komt aankloppen. Bedrijven die van hun on-premise infrastructuur af willen? Of zij die zich enigszins teleurgesteld uit een cloud terugtrekken?

 

PRIJSZEKERHEID

“Het kunnen beide zijn”, zegt Friso Haringsma, managing director bij Datacenter United. “In de praktijk zien we vaak dat de klant nogal pragmatisch is ingesteld. Hij vindt het minder belangrijk te kunnen kiezen waar zijn applicaties draaien of waar zijn data staan, wel dat er een werkbare en betaalbare oplossing voor bestaat.” Vaak schrikken die klanten van de prijsvoorstellen die ze van Microsoft, Amazon of IBM ontvangen. “Voor starters is de publieke cloud nochtans vaak laagdrempelig en niet duur”, vervolgt Friso Haringsma. “Bij intensieve en complexere oplossingen gaan de prijzen echter snel de hoogte in. Met een lokale datacenterpartner is het makkelijker om een goede prijs af te spreken, ook op langere termijn.” Het lokale datacenter biedt zo niet alleen bedrijfszekerheid, maar ook een prijsgarantie. De publieke cloud heeft daarentegen de hardnekkige reputatie vooral de niet-aflatende honger naar meer omzet en winst te laten primeren. “Bedrijven onderhandelen met de cloudspelers nauwelijks over een exitstrategie”, zegt Marc Vandeputte. “Kleine bedrijven hebben ook niet het gewicht om op dat vlak iets af te dwingen. 

 Zoals wel vaker het geval is bij de adoptie van nieuwe technologie, zien we ook rond de publieke cloud een slingerbeweging. Veel bedrijven die naar de cloud zijn gegaan, zetten nu voor bepaalde toepassingen een stap terug. “Algemeen kunnen we stellen dat zo’n vijftien procent van de totale IT-werklast niet cloudifiable is”, zegt Janjoris van der Lei, CEO bij DC Star. “Daarnaast mogen we niet vergeten dat er ook in de publieke cloud soms incidenten zijn rond beschikbaarheid. Echt harde garanties over uptime zijn daar echter vaak niet zomaar te krijgen. En wanneer het misgaat, gelden doorgaans de kleine lettertjes of bots je als klant op de corporate wall.” Het is een verwijt dat de publieke cloud wel vaker treft: dat er geen betrokkenheid is vanwege de kant van de leverancier. “Is er een probleem, dan kun je als klant niet veel meer doen dan een ticket inschieten”, zegt Janjoris van der Lei, “waarop je in het beste geval een neutraal antwoord krijgt.” En ja, een contract bevat boeteclausules. Die kun je als klant inderdaad inroepen. Al zet dat in de praktijk niet veel zoden aan de dijk. De klant wil vooral dat zijn fabriek blijft draaien.

 

HYBRIDE STRATEGIE

Kortom: als bedrijf kun je maar beter twee keer nadenken over je hybride strategie. Het is heel belangrijk nauwkeurig af te wegen welke applicaties en data je on-premise houdt, wat naar een lokaal datacenter mag en wat voor de publieke cloud in aanmerking komt. “Het principe van colocatie – waarbij bedrijven hun eigen machines neerzetten in een extern datacenter – wint daarbij aan maturiteit”, zegt Laurens van Reijen. “Tegelijk breekt ook de cloud nu pas echt door. Alleen vraag ik me af of die cloudspelers het op termijn volhouden.” Feit is dat de leveranciers van publieke clouddiensten sterk op automatisering inzetten. “Dat zal overal alleen maar toenemen”, weet Janjoris van der Lei. “Dat zal het ook makkelijker maken om met een lokaal datacenter te werken en daar op een eenvoudige manier met opdrachten te schuiven.” Bovendien blijven de hardwareprijzen dalen. Dat laat bedrijven toe om meer met hun eigen hardware te schalen, aangezien de kostprijs daarbij niet meer de belangrijkste bepalende factor is.

 

DE JUISTE CONNECTIVITEIT

Vaak blijft de datacenterstrategie beperkt tot de vraag welke data en applicaties het bedrijf lokaal kan en mag verdelen over on-premise infrastructuur, een lokaal datacenter of de publieke cloud. “Heel vaak verliest een bedrijf daarbij de doorlichting van de nood aan connectiviteit uit het oog”, zegt Hans Witdouck. “Een onderneming wijkt uit naar de cloud, maar stelt daarna vast dat het netwerk daar niet op is afgestemd, dat er geen gegarandeerde bandbreedte is enzovoort.” Net door die nood aan connectiviteit komen vandaag maar weinig echt bedrijfskritische toepassingen in de publieke cloud terecht. “Je ziet het ook bij bedrijven die snel groeien”, vervolgt Hans Witdouck. “Ze weten dat ze op termijn fysiek zullen verhuizen en investeren daarom liever niet in een eigen datacenter. Ze kiezen voor colocatie, maar dan wel met een sterke dataverbinding tussen het bedrijf en het lokale datacenter.” Dat connectiviteit soms het ondergeschoven kindje is, blijft verbazen. Mogen we er dan niet stilaan van uitgaan dat het databewustzijn bij ondernemingen vandaag een heel stuk beter scoort dan pakweg vijf of tien jaar geleden? En dus ook het inzicht dat zowat alles staat of valt met connectiviteit? “Ja, natuurlijk wel”, zegt Laurens van Reijen. “De afhankelijkheid van IT is door de jaren ook sterk toegenomen. Een onderneming weet dat een dag zonder e-mail of webshop meteen tot enorme kosten en imagoschade leidt.” Ook dat komt neer op een pleidooi voor meer en betere connectiviteit. “Volledig autonoom opereren en bedrijfszekerheid garanderen op basis van een eigen infrastructuur zonder connectiviteit naar de buitenwereld? Sommige fabrieken opereren nog op die manier, maar dat is voor de meeste bedrijven niet meer haalbaar”, zegt Marc Vandeputte. “Nochtans is die gegarandeerde bedrijfszekerheid wel wat de business nodig heeft.” Trouwens: los van het technische aspect, hebben ondernemingen het ook almaar moeilijker om voor het beheer van hun on-premise infrastructuur op de arbeidsmarkt de juiste profielen te vinden. “De ITmanager van een onderneming wil zich doorgaans concentreren op de bedrijfskritische applicaties”, zegt Friso Haringsma. Het beheer van het datacenter is vaak een historisch gegroeide verantwoordelijkheid die de IT-manager op korte termijn liever uit handen geeft.

...

Klik hier om het volledige artikel te lezen.